Vandaag een tocht gemaakt naar een van de mooiste druipsteengrotten van Frankrijk. Onderweg een bezoek gebracht aan een Gierenreservaat waar Gieren worden grootgebracht onder beschermde omstandigheden. Deze opruimers van de natuur (sommige Giersoorten eten vlees en anderen weer botten zodat er van een lijk echt niets overblijft) kwamen hier vroeger in grote getale voor maar waren een paar jaar terug zo goed als uitgestorven. Simpelweg omdat de wet uit oogpunt van ziektebestrijding voorschreef dat alle kadavers in de natuur verwijderd diende te worden. Door nu een beperkt leefgebied van deze wet uit
te sluiten is de Gierenpopulatie weer flink gegroeid. In een speciaal centrum kun je door verrekijkers op aanwijzingen van de Gierenbeschermers de Gieren en Gierennesten gadeslaan. Ook staan er bovenop de bergkammen, waar de Gieren zich ophouden, videocamera’s opgesteld die je beneden met een joy-stick kunt bedienen.
De grot van Armand ligt 110 meter diep onder de grond. Je gaat er met een kabelbaantje naar beneden. Met 400 stuks heeft de 4 miljoen jaar oude grot de grootste en mooiste concentratie stalagmieten ter wereld. De grot is zo groot dat de Notre Dame van Parijs er met gemak in zou passen. Tot onze verbazing deed men er ook hier niet moeilijk over dat we Trica mee naar binnen wilden nemen. Daarom leek het Jasmijn wel leuk het bezoek aan de grot vanuit de ogen van Trica te beschrijven. Hier het relaas van ons huisdier.
“Ook vandaag stapten we weer het grote rode beest in. Altijd als we het grote rode, bewegende beest in stapten kwamen we ergens anders uit. Het enige wat ik daarvoor hoef te doen is een dutje. Dat is niet zo moeilijk, want het is er altijd lekker koel en van al dat geschud vallen mijn ogen vanzelf dicht.
We stopten. Meteen schrok ik wakker. Waar waren we? Toen ik naar buiten sprong, zag ik een hond achter de deur van een ander groot beest staan. Hij leek op mij maar dan groter. Ik vind dat soort honden niet leuk. We gingen naar een huisje en liepen daar even rond. Daarna ging ik met de twee jonkies weer terug naar het rode beest. Later kwamen het mannetje en vrouwtje weer terug. Ze waren druk aan praten, het ging over gieren of zoiets. Het beest zette zich weer in beweging en ik ging slapen. We stapten weer uit het rode beest en we moesten even wachten. Daarna stapten we weer in een ander groot beest, alleen was deze donkerder en drukker. Gelukkig mocht ik op schoot zitten en kon ik er snel weer uit. Toen stapte we de koude, natte schemering in. Het was binnen, maar toch was het koud en nat. Dat was vreemd. Ik moest een enge trap af en het baasje trok aan mijn riem. Pas toen het mannetje zelf de trap af liep durfde ik het ook. Er stonden hele grote stenen … tja wat waren het? Het leken wel hele grote stenen paddenstoelen. Alsof er allemaal platte elfenbankjes op elkaar waren gedrukt. De baasjes vonden het allemaal heel bijzonder. We liepen een rondje door die enorme kamer. Er waren veel enge trappen en toen het beest weer instapten was ik helemaal nat en vies aan mijn pootjes en buik. Ik mocht toen niet meer op schoot zitten. We gingen weer het rode beest in en stopten in een dorpje. Daar gingen de baasjes zitten om wat te eten en kreeg ik een paar lekkere koekjes. Daarna stapten we het rode beest (alweer) in en kwamen we uiteindelijk uit bij ons territorium. “