Vandaag moest het gebeuren. Dankzij Paolo kwam er nog een kans een stap verder te komen in de ontrafeling van het mysterie van pastoor Saunière, de man die plotseling, omgerekend in huidige valuta, 5 miljoen euro te verteren had. En die kans hebben we gepakt! We zijn er nog confuus van. Het was niet simpel en rijk zullen we er niet direct van worden. Maar de ontdekking die we gedaan hebben zal ongetwijfeld groot blijken te zijn.
Paolo maakt er ons op attent dat in vroegere tijden, mogelijk zelfs nog in de tijd van onze pastoor, in Frankrijk niet de meridiaan van Greenwich als nul meridiaan werd geaccepteerd. De altijd chauvinistische Fransen hadden hun eigen nul meridiaan die over Parijs liep. Parijs en Greenwich liggen hemelsbreed grofweg 2 graden uit elkaar. Tel je het exacte verschil op bij die op de inscripties dan kom je op 42°50′ noorderbreedte en 2°28′ oosterlengte. Tezamen met de derde aanwijzing “st antoine” kan dat maar op één plek betrekking hebben; l’hermitage de st Antoine” in de Gorges de Galamus. Een kloof vol grotten waarvan de eerste meldingen terug gaan tot de 7e eeuw. Dus ruim voordat het woord “tempelier” bestond en er ook maar één kruisridder het beloofde land had lastig gevallen. Een citaat uit van een website over Antonius :
“Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de grotten van Galamus al sinds de aankomst van homo sapiens in deze streken werden gebruikt om in te wonen. Er zijn in beide grotten bronnen, waar het water uit de muren sijpelt, wat essentieel is voor het leven in deze teruggetrokken plaats. Bovendien waren de grotten moeilijk toegankelijk, tenzij je de weg kende, en goed te verdedigen. Later, nadat de mensen in huizen zijn gaan wonen, werd Galamus een plaats die bij uitstek geschikt is voor religieuze retraite, en sinds de 7e eeuw worden voor zover bekend de grotten door kluizenaars voor contemplatieve afzondering gebruikt. En staat Galamus bekend als een “heilige berg”, en bedevaartsoord. Een vroege relatie met Antonius, de “vader aller Christelijke kluizenaars”, ligt wel voor de hand: voor een Christelijke mysticus die als kluizenaar wil leven en daarin Antonius wil navolgen, is er nauwelijks een betere plaats denkbaar — afgelegen, maar toch ook weer niet zo ver van de bewoonde wereld dat bevoorrading, en bezoek door pelgrims, onmogelijk zou zijn.”
Kortom een ideale plek om iets te verbergen. De gorges waren we al een keer doorgereden dus de plek om te starten was snel gevonden. De hermitage bestaat vooral uit een kapel in een grot halverwege de kloof. Het is al een behoorlijke afdaling om bij de hermitage te komen. Daar troffen we tot onze grote verassing wederom een steen aan met het bekende palindroom. Dat kon geen toeval zijn; we waren op de juiste weg. De kloof in dus. Geleid door onze iPaq met Tom Tom die we dit keer geen postcode maar coördinaten hadden gevoerd. Op weg naar de beneden. Het moeilijkste was nog om een niet al te stijl pad naar beneden te vinden waarop je niet uit zou glijden. Ondanks dat we alle vier bergschoenen droegen met een flink profiel was het bij vlagen best tricky. Na een goed uur waren we beneden waar
de rivier, nou ja, wat er nog van over was, doorheen raasde. Het bescheiden watertje dat in de loop van miljoenen jaren toch deze enorme kloof had weten uit te slijten had gelukkig nog voor een bescheiden oever gezorgd. Je kon uiteraard maar één kant op, verder de kloof in. Ogen open en goed uitkijken naar mogelijke plekken waarachter iets zou kunnen schuilen. De makers van de inscripties (waren het wellicht de Tempeliers?) beschikten uiteraard niet over middelen om een positie tot op enkele meters nauwkeurig vast te leggen dus al met al viel er nog een behoorlijk stuk aardoppervlak af te zoeken. Gelukkig werden de mogelijkheden in de breedte beperkt door de kloof die steeds smaller werd. Zo smal zelfs dat we ons afvroegen of het wel mogelijk was de hele kloof op de
bodem af te lopen. Na ruim twee uur schuiven en turen slaakte Iris (volgens mij heeft ze van ons vieren echt de beste ogen) een kreet. “Kijk daar”, wijzend naar een spleetvormige opening in de steile wand aan onze rechterkant. Inderdaad, een opening die vanaf boven onmogelijk te zien was en die een heel lange tijd niet leek te zijn bezocht. Te klein om er doorheen te lopen en misschien net groot genoeg
om er doorheen te kruipen. Helaas bleek alleen Jasmijn er doorheen te passen. Na de kamikaze sprong van gisteren was ze beduidend dapperder geworden en er was niet veel overtuigingskracht voor nodig om haar zo ver te krijgen naar binnen te kruipen. Ze moest een aantal openingen door die achter elkaar lagen en het werd dan ook steeds donkerder. Toch zag ze genoeg om te beseffen dat we hier een belangrijke ontdekking hadden gedaan. Haar verslag:
"Na een wandeling die eindeloos leek (vooral om dat je gewoon door de biesbos zit te banjeren) kwamen we dan eindelijk bij de plek van de coördinaten aan. Daar lag als het goed is de schat. Tenminste dat hoopte we. Want het zou best wel eens kunnen dat hier alleen maar de volgende aanwijzing lag. En dat zou wel heel jammer zijn want dat betekende dat we de speurtocht niet af konden maken. Morgen gingen we namelijk weg. Maar het zou ook kunnen dat de schat allang was weg geroofd. En dat we alleen een lege kamer aantroffen. En dan is er natuurlijk ook optie drie; dat de schat er gewoon lag. En daar hoopten we allemaal natuurlijk op. Op de plek waar we aan gekomen waren was gat. Waarschijnlijk een ingang van een grot. Het gat was niet zo groot sterker nog het was zelfs erg klein. "Ik denk dat dit het is" zei m’n vader. "Volgens mij past alleen Jasmijn door dat gat" merkte m’n moeder op. "Iris past er ook doorheen, hoor" protesteerde ik. Maar helaas Iris paste niet door het gat, dus ik was de klos. Ik nam mijn mobieltje mee om foto’s te maken en voor het lampje dat er in zat (we hadden namelijk geen zaklamp meegenomen. Wisten wij veel) en wurmde me door het gat. Ik moest m’n ogen even aan het donker laten wennen maar toen zag ik dat ik me in een kleine gang bevond. Langzaam kroop ik door
het donker. Plotseling kwam de gang uit in een soort grot en ik besloot mijn mobieltje erbij te pakken. Ik zette het lichtje aan. Klein maar fel verlichtte het lampje de zaal. Na een tijdje ontdekte ik de boekenkasten. Twee hoge boekenkasten die reikte tot plafond. Ik liep een tussen de boekenkasten door en zag dat daar achter ook weer een rij boekenkasten stond en daar achter weer één en weer en weer. Eindeloze rijen boekenkasten waar je tussen door kon lopen. Een bibliotheek waar ik altijd al van had gedroomd. Toen
achteraan was gekomen zag ik dat hier geen kasten met boeken stonden maar in deze kasten lagen perkament rollen. Sommige zaten bruine kokertjes. Ik pakte een koker op en bescheen het met mijn lampje. Ik zag dat er geen letters in de koker gegraveerd waren maar tekeningetjes. Ze leken een beetje op de hiërogliefen van de Egyptenaren. Ik liep naar de boekenkasten. Op de ruggen van de boeken stonden wel letters maar toch kon ik ze niet lezen. Het was een taal die ik niet
begreep, het leek wel een beetje op Frans. In een andere kast stonden boeken met een taal die een beetje op engels leek. En ook veel boeken met iets van Latijn volgens mij. Toen ik een tijdje rond liep zag ik twee boeken met Oudnederlands. Ik oncijferde iets van "Het geheim van de Maya’s". En op het andere boek stond zoiets als "Apropriefen" (Geen flauw idee wat het betekent). Toen snapte ik dat de andere boeken waarschijnlijk ook in een oude versie van een taal waren geschreven. Dat betekende dat veel boeken uit de middeleeuwen kwamen, of eerder zoals de hiërogliefen. Een heel oude bibliotheek dus. Misschien stonden hier wel de
geheimen van de Maya’s, de Azteken en de Egyptenaren! En alle andere verdwenen of verboden boeken en geschriften! Snel haastte ik me naar de uitgang om de rest te vertellen. Net toen ik de gang wilde ingaan bedacht ik dat ik nog foto’s moest maken om te laten zien. Snel liep ik terug en maakte wat foto’s met mijn mobieltje. Het was erg donker dus ik wist niet of ze goed gelukt waren. Eenmaal buiten aan gekomen vroeg m’n moeder "En?" "Er is daar een hele grote bibliotheek!" riep ik uit "Vertel" zei m’n vader. Hij brandde van nieuwsgierigheid".
Geen goudschat dus. Is die er mogelijk geweest en meegenomen door Saunière of onze vriend Chimici in Venetië? Niet waarschijnlijk, want dan zouden enkele van die artefacten ondertussen toch wel ergens opgedoken moeten zijn. Maar wel rekken vol met documenten van heel, heel lang geleden. Boeken, rollen en manuscripten geschreven in een taal die wij niet kennen, in een schrift dat ons niet bekend voor komt. Op het eerste gezicht zaten er volgens het ooggetuige vesrslag van Jasmijn hiërogliefen bij en rollen met spijkerschrift. Betreft het hier overblijfselen van de beroemde bibliotheek van Alexandrië waar alle vastgelegde kennis van dat moment werd bewaard? Waar alle mysteries en geheime kennis van de Mayas en Azketen was opgeslagen. Waar de oplossing van de raadsels rond de pyramiden van Egypte is te vinden. Gaat het mogelijk om het Q-evangelie? Het evangelie dat als moeder van alle andere evangeliën wordt beschouwd en waarvan het bestaan al eeuwen wordt vermoed. Maar dat door de Katholieke kerk angstvallig wordt ontkend omdat het teksten zou bevatten die de invloed van Jezus ondermijnen en die Maria, als verspreider van het evangelie juist een veel belangrijker rol toedichten. Of bevatten de rollen het bewijs dat niet Jezus maar Johannes de Doper de charismatisch figuur was die door het Joodse volk op handen werd gedragen. In deze streken leefde tenslotte eeuwenlang een geloofsgemeenschap die uitsluitend Johannes de Doper vereerde. De Tempeliers kenden Johannes als hun beschermheiligen en nog steeds bestaat er de orde van Johannieters die Jezus ronduit "de liegende Messias" noemen.
Wat er ook ligt, het is waarschijnlijk explosief materiaal. Meer dan voldoende wellicht om alle vier de poten onder de Katholieke kerk weg te zagen. En we hebben dan ook het vermoeden dat onze gewiekste pastoor dit ook geweten heeft en die wetenschap gebruikt heeft om de Katholieke kerk onder druk te zetten. Letterlijk te chanteren. Dat zou verklaren waarom hij, na uit zijn ambt ontheven te zijn, weer in genade is aangenomen en bovendien kon beschikken over grote sommen geld.
We weten nog niet wat we gaan doen met onze vondst. We zijn niet direct naar de Franse autoriteiten gerend om de vondst te melden. Ik weet niet of dat ons strafbaar maakt. En we hebben ook niks mee naar buiten genomen weg van de koele en veel beschutting biedende grot. Uit angst dat de elementen daarbuiten een verwoestende werking zullen hebben op de kwaliteit van de documenten. Eerst maar eens uitzoeken wat de beste manier is om dit historische materiaal te ontsluiten. Er is geen haast bij, het ligt er tenslotte al decennia. Helaas is er geen gelegenheid meer nog een keer terug te gaan naar de vindplaats. Onze vakantie zit er op. We zullen moeten wachten tot volgend jaar. Maar wij kennen de plek. Wij alleen, en dat houden we zo nog een tijdje.

