We zijn nu over de helft van onze vakantie en afgezien van wat wandelingen betroffen onze sportieve inspanningen eigenlijk niet meer dan het trekken van baantjes in het zwemparadijs hier. Tijd voor een echte fysieke inspanning dus. We hebben de keus uit een adventure park (klauteren en slingeren), raften (met een vlot een snelstromend watertje af), hydro speed (met een soort surfplank onder je buik een rivier af racen) of kanoën. We kiezen voor het laatste. In een plaatsje hier een paar kilometer vandaan schrijven we ons in. Samen met nog 4 andere gegadigden
meten we ons een helm en reddingsvest aan en hijsen we ons in een busje dat ons 8 kilometer verderop aan de oever van de Aude zal brengen. Achter het busje wordt een trailer met 8 kano’s gehangen. De vrouwelijke chauffeuse scheurt het busje met een snelheid alsof haar leven er vanaf hangt bergopwaarts en de trailer met kano’s stuitert en slingert zo vervaarlijk dat we regelmatig omkijken en tellen of er nog steeds 8 vaartuigen op liggen. Eenmaal aan de oever krijgen we een korte instructie en terloops de waarschuwing dat er halverwege ergens een dam ligt waarachter de rivier zich 4 meter naar beneden stort. Of we daar toch vooral maar de speciale glijbaan voor kano’s willen nemen die middenin de dam speciaal voor de watersporters is gebouwd. En o ja, of we vooral niet willen vergeten bij het naar beneden glijden de peddels even binnenboord te halen want de glijbaan is erg smal en aan weerszijden voorzien van een muurtje. Vergeet je dat, dan houdt je vermoedelijk nog slechts twee stompjes van peddels over en wordt het een zeer moeizame en lange reis terug naar het kanocentrum. Dan worden we aan ons lot overgelaten. Het is beslist geen kwestie van achterover leunen en je mee laten voeren met de stroming. Vaak moeten we zeer hard werken om rotsen te vermijden of er weer achter vandaan te komen als dat niet lukt.
Jasmijn heeft erg veel moeite het juiste ritme te vinden en haar getier verstoort regelmatig de rust. Maar allengs gaat het steeds beter. Het water spat ons aan alle kanten om de oren en na verloop van tijd lijkt onze kano meer op een volle badkuip dan op een vaartuig. Waar mogelijk gaan we af en toe even aan land om de kano’s om te keren en het water eruit te laten lopen. Toch is het dikke pret om te doen. We maken ons alleen een beetje zorgen over die dam. Gelukkig blijkt er een soort trechter gebouwd te zijn die je min of meer naar de glijbaan leidt en je moet wel een hele grote klunzebuns zijn wil je de glijbaan totaal missen. De rit naar beneden is een ware kermisattractie. Met alle peddels in takt zetten we onze reis voort om drie uur later moe maar voldaan (zoals dat heet) en zeiknat het kanocentrum te bereiken. In de auto liggen droge kleren. Dit moeten we vaker doen.
Reacties