Het geheim van Venetië

Archief

  • juli 2008

Voorwoord

Image002_4Dit wordt een werkstuk dat ik moet maken in mijn laatste jaar op de basis school. Ik ben Jasmijn Kleij en de school waarop ik nu al bijna 8 jaar zit is "het Landje"in Rotterdam. Zie je het meisje dat het dichts bij het raam zit op de foto hieronder?  Dat ben ik. Ik heb heel veel zin in mijn werkstuk. En het wordt niet zomaar een werkstuk, Ik ga er een verhaal van maken. Ik hoop dat ik het op tijd af krijg. Ik heb het onderwerp ”geschiedenis van Venetië” gekozen omdat ik zelf ook in Venetië ben geweest en ik het een hele mooie stad vond. Het moest gaan over geschiedenis dus heb ik het maar gedaan over de geschiedenis van Venetië.  Ik hoop dat het een leuk verhaal wordt. En weet als je het verhaal leest, het is gebaseerd op waar gebeurde feiten.

“Gaap….” Langzaam kom ik uit m’n bed. Vandaag naar Venetië. Het duurt nog heel lang voor we uiteindelijk vertrekken naar Schiphol. Maar we hebben geen haast. Ons vliegtuig vertrekt pas om 2 uur. Toch wordt Iris zenuwachtig als we iets later vertrekken dan gepland.  Dat kwam omdat m’n moeder haar koffer van de trap liet vallen. Hij was daarna een beetje erg kapot. Er moest snel een nieuwe koffer geregeld worden. Maar met vier koffers zitten we uiteindelijk in de auto. Onderweg hebben we het nog over de laatste televisieuitzending van “Wie wordt de nieuwe Uri Geller”,  Aan het einde van die uitzending kondigde Uri aan dat er op zaterdag 1 maart op Schiphol een vliegtuig zal landen na een vlucht die niet snel vergeten zal worden.  Laat dat nu net de dag zijn dat wij terug komen vanuit Venetië….. Image003

Na een tijdje komt Schiphol in zicht. Iris is van plan veel te gaan filmen in Venetië. Het is mooi, erg mooi in Nederland. Maar dat is wel anders als we in Venetië aankomen. Daar is de lucht grauw en druilerig. We pakken de bus naar het eiland Venetië. Er is namelijk een brug gebouwd tussen het vasteland en de stad. We zitten een tijdje in de bus. Langzaam komt Venetië dichterbij. En dan begint ons avontuur…          

Geplaatst om 0:03 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)

De Stad

Paolo slenterde langzaam door Venetië. Bruggetje op, bruggetje af, steegje in, steegje uit. Venetië, ooit gebouwd op de drassige grond van de lagune en nu  uitgegroeid tot een van de mooiste steden van Europa. Toch was ik liever in Nederland gebleven, denkt Paolo, Ik snap niet waarom m’n ouders zo graag terug wilden. Ze waren toch niet voor niets uit Venetië vertrokken. Hier zijn zoveel toeristen. Langzaam kwam hij bij het Canal Grande. Daar liepen veel van die toeristen rond. Sommige lazen uit boekjes. Vlak voor dat ze uit Nederland vertrokken heeft Paolo zich ook verdiept in Venetië: Ooit zijn er mensen gaan wonen omdat ze op de vlucht sloegen voor de hunnen van Attila, een wreed volk uit de 5e eeuw. Later werd het een deel van Byzantijnse rijk.  Maar er dreigde nog steeds gevaar en daarom  kozen ze een leider, de doge. Het werd pas echt een stad….” Attendere!” roept iemand. Hij is bijna tegen een meneer opgelopen. “Scusa”mompelt Paolo. Zonder het te weten is hij  bij Piazzala  Roma aan gekomen, waar het wemelt van de toeristen. En het is nog niet eens carnaval, dan zijn er pas echt veel toeristen.

Eindelijk zijn we in Venetië aangekomen! Vanuit de bus, die heen en weer rijdt tussen het vliegveld en Venetië, kunnen we het hotel al zien. We stappen uit de bus en lopen naar het hotel. Hotel Arleccinio. We blijven even op het hotel. M’n moeder is al weer helemaal verdiept in haar boekje: Venetië werd pas echt een stad in de 9e eeuw , toen Venetië begon met de bouw van de bruggen om de eilandjes te verbinden. Ook kreeg Venetië toen een beschermheilige.”, leest ze . ”Sint Marcus van Alexandrië werd de heilige van Venetië.  Venetië groeide uit tot een belangrijke handelsstad. Ze bouwde veel paleizen en palazzo’s. De Venetianen veroverde ook Costantinopel in Turkije. Venetië kreeg steeds meer macht. Toen het verre Oosten was ontdekt roofde ze daar veel kunstschatten vandaan.””

Image001 “Hé mam”, Ik loop de kamer van m’n vader en moeder binnen,”Gaan we nog eten?” “Oké ik kom eraan” Even later lopen we door de stad op zoek naar een restaurantje. Het Canal Grande ziet er mooi uit het donker. Met allemaal lichtjes van de winkels en boten. Andere stukjes in Venetië zien er veel minder mooi uit. Die zijn griezelig en donker. Dan ben ik blij dat we met z’n vieren zijn.  We komen langs veel kerkjes en winkeltjes. Venetië is een echte dwaalstad. Er zijn heel veel kleine steegjes en allerlei kanaaltjes. Ook zijn heel veel bruggetjes. We vinden we een gezellig restaurantje en terwijl we op het eten wachten leest m’n moeder verder. “ In de 12e tot 14e  stond Venetië op z’n hoogtepunt.  Maar in 1453 pakte de Turken Constantinopel terug. Langzaam verloor Venetië steeds meer van haar macht. Venetië raakte havens en eilanden kwijt. Toen de route naar Amerika werd ontdekt, werd Venetië steeds minder belangrijk. In de 18e was  de Republiek Venetië voor het laatst onafhankelijk. Maar het was geen onbelangrijke eeuw. Er werd toen veel aan kunst, literatuur en architectuur gedaan. 12 mei 1797 werd Venetië veroverd door Napoleon. Toen hield de Republiek Venetië na duizend jaar op te bestaan. Op 12 oktober in zelfde jaar koos Venetië ervoor om bij de Oostenrijkse Republiek Lombardije- Venetië te horen. In 1861 werd Italië tot één land gevoegd, en 1866 kwam Venetië er bij. M’n moeder slaat het boekje dicht. Terwijl ze het in haar tas stopt, rolt er een vergeeld, opgerold stuk papier uit. Ik wil het oprapen. “Nee, Nee!” roept ze. Verbaasd kijk ik haar aan. Snel raapt ze het op en stopt het in haar tas. Ik wil vragen waarom, maar net op dat moment komt de mevrouw met eten en ik vergeet het weer.      

Geplaatst om 0:15 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)

Piazza San Marco

De volgende dag liep Paolo weer rond in Venetië. Dit  keer kwam hij bij Piazza San Marco. Het beroemdste plein van Venetië. Met de basilica dImage002_2 i San Marco en het Dogenpaleis. Het wemelde er van de duiven en toeristen. Alsof ze er altijd al waren geweest, dacht Paolo. Overal stonden die toeristen met van die zakjes graan, terwijl de duiven hun zowat aanvielen. Daar stond ook weer zo’n gezinnetje. Een meisje stond de filmen hoe de duiven haar vader, moeder en zusje bedekten. Ze kwamen niet meer bij van het lachen. Nederlanders, hoorde Paolo. Daar was het nu waarschijnlijk voorjaarsvakantie. Het gezinnetje kwam hem bekent voor. Waar had hij hun eerder gezin? Oja, op Piazzala Roma. Daar stapten ze uit een van de vele bussen. Hij had er toen niet zo veel aandacht aan gegeven. Het graan was op en ze gingen de Basilica di San Marco binnen. Daar werden ze weer terug gestuurd. Ze moesten hun rugzakken wegbrengen naar een kerkje vlakbij. Want met rugzakken mocht je de San Marco niet binnen. Hij moest een beetje grinniken. Veel toeristen werden weer terug gestuurd. Maar ja.. Basilica di San Marco is dan ook net zomaar een kerk. In die kerk liggen de relikwieën van de beschermheilige van Venetië. De heilige Sint Marcus, die in 828  door kooplieden uit Venetië uit Alexandrië werden gestolen. De kerk zelf is in 1063 gebouwd. Pas in 1094 was hij klaar. Vroeger hoorde het bij het Dogenpaleis. Er werden belangrijke bezoekers ontvangen. De vier paarden aan de voorkant zijn niet de echte. De echte staan  binnen in de San Marco. De echte zijn van verguld brons.  Ze zijn op een van de kruistochten naar het Oosten gestolen. Op de voorkant van de kerk staat ook een leeuw. Het teken van de evangelist Marcus. De evangelisten waren de vrienden van Jezus. Ik moet maar weer eens terug naar huis denkt Paolo, en hij verlaat het Piazza San Marco.

Image003_2 Nadat we bijna zijn opgevreten door de duiven, gaan we de San Marco kerk in. Eerst worden we weggestuurd omdat we onze rugzakken ergens in een ander kerkje moeten afgeven. Maar daarna mogen we naar binnen. Het is groot. En het is druk. Mama leest uit haar boekje: “De San Marco staat in de vorm van een Grieks kruis. Op elke punt staat een koepel en een in midden. Er is een Pinkster-, Genesis-,   en een Hemelvaartkoepel. De San Marco basiliek is bekent om zijn mozaïeken in die koepels. Ook op de vloer vind je prachtige mozaïeken. De sarcofaag van Sint Marcus staat achter het altaar. Daar kan je alleen komen tegen betaling. Het mooiste altaarstuk staat achter de kapel van de Heilige Clemens. Hij is mooi versierd met veel edelstenen. Napoleon heeft er edelstenen van geroofd. Toch zijn er nog veel over. Naast  de hoofdingang is een trap naar Museum Marciano. Hier kun je de echte paarden zien. Ook zie je de mozaïeken van dichterbij. Aan de rechterkant is de schatkamer. Daar liggen alle relikwieën en schatten. “ ”Laten we naar de schatkamer gaan” zegt m’n moeder.  We gaan er heen. Ik vind al die schatten wel mooi, maar als ik bedenk dat daarvoor heel veel mensen hun geld hebben moeten in leveren, vind ik het toch een stuk minder mooi.  Als we weer uit de San Marco Basiliek zijn en onze tassen hebben opgehaald gaan we nog een keer de duiven voeren. Aan het plein zie ik het café Florain. Ik heb er over gelezen. Het was het eerste koffiehuis van Venetië. Het werd geopend in 1720. Dan begint de klok van de Torre dell'Orologio  te luiden. We blijven staan kijken. Eerst begint het ene mannetje te bewegen. Hij slaat tegen de klok. En daarna het andere. Die trekt aan de klingel. De Torre dell'Orologio is een mooie poort. Hij geeft aan hoe laat het is. Op de Torre dell'Orologio staat ook de gevleugelde leeuw met het boek. Het teken van Venetië. Als de klok van de Torre dell'Orologio uitgeslagen is begint Campanile te slaan.”Nu moet je niet daar boven op staan zeg!” roept m’n vader boven het lawaai uit. Als we van het plein aflopen zien we twee pilaren. De een met een gevleugelde leeuw, en de andere met een man met een speer in z’n hand  erop. “Niet daar tussen door lopen!” roep ik. “Dat brengt ongeluk. Echte Venetianen doen dat ook niet. Het brengt ongeluk omdat daar vroeger de brandstapels tussen werden gezet. Ik weet alleen niet hoe ze heten.” “De Piazzatta” zegt m’n moeder.

Image004

Geplaatst om 12:50 | Permanente link | Reacties (2) | TrackBack (0)

De Rialtobrug

Image002_5 Als we van de Piazza San Marco komen, lopen we door allerlei steegjes en komen we langs allemaal mooie winkeltjes. De meeste verkopen Venetiaanse maskers. Dat verdient namelijk best wel goed met al die toeristen. En wij willen natuurlijk ook zo’n masker. We zijn op weg naar de Rialtobrug. Het is een flink eind lopen. Maar gelukkig, (ver) voor dat het donker wordt komen we toch bij de beroemde brug aan. Het is een brug met allemaal winkeltjes. Een soort winkelstraat. Mama leest weer voor: “Vroeger was er op de plek van de Rialtobrug alleen een houten brug. Een vlotbrug, dat is een brug die op het water drijft. Die was 1181 gebouwd door Niccolò Barattieri. Rond 1250 werd die brug vervangen door een andere houten brug. Deze was niet heel erg stevig, hij stortte een paar keer in. Een keer, in 1444 gebeurde dat omdat er te veel mensen op stonden die kwamen kijken naar een optocht van boten. Daarom werd in 1503 besloten dat er een stenen brug moest komen. In 1551 werd er een soort wedstrijd gehouden. Iedereen mocht een ontwerp inzenden. Veel beroemde architecten maakten deden mee. Bijvoorbeeld Jacopo Sansovino, Andrea Palladio en Michelangelo. Die hadden allemaal een ontwerp met meerdere bogen. Maar dat was niet handig omdat het nogal druk was op de Canal Grande. Uiteindelijk werd het een ontwerp van Antonio da Ponte. Dat was wel opvallend want hij was helemaal geen architect. Hij was een bouwopzichter. Hij had een ontwerp met maar één boog. Het ontwerp leek veel op de oude houten brug, maar was wel veel steviger. De bouw van de brug begon in 1588 en de brug was klaar in 1591. Op de brug was altijd veel drukte. Schepen voeren tot de Rialtobrug en laden daar hun spullen uit. De brug Image003_3 werd een soort winkelstraat. En is dat nog steeds. Nu zitten er vooral toeristenwinkeltjes. Vlak bij de brug is er ook een markt. De Rialtomarkt. Vroeger werd er daar vooral in zilver en goud gehandeld. Onder aan de brug zie je de twee beschermheilige van Venetië. Theodorus en Marcus.“ Ondertussen lopen we de brug op. We kijken uit over het Canal Grande. Het grootste kanaal van Venetië. Er varen veel gondels voorbij. Iris filmt ze. “Inzoomen, inzoomen!” roept m’n vader steeds. “Maar die gondels zijn zo boring om te filmen!” “Ja maar zo van boven af kun je zo goed zien hoe mooi ze aan binnenkant zijn!” “Maar dat is toch niet interessant voor de familie!” “Film nou maar gewoon!” “Nou, nu heb ik wel genoeg gondels gefilmd hoor!” En ze zet de camera uit. Als we zijn uitgekeken op de Rialtobrug gaan we weer naar het hotel.

We vertrekken weer uit het hotel om te gaan eten. Iris filmt nu met de nachtkijker. M’n moeder heeft een restaurantje opgezocht in haar boekje maar we hebben het nog niet in het echt gevonden. Die avond besefte ik dat Venetië een echte verdwaal stad is. Ieder kanaaltje en ieder steegje heet weer anders. ”Waarom gaan we niet gewoon hier eten?” vraagt Iris. “Nee, dit restaurantje ziet er ongezellig uit”  zegt m’n moeder“ “zucht…..”  We stoppen vaak om  te kijken waar we zijn. Daarna denken we dat we de goede kant opgaan, maar we gaan toch steeds verkeerd. Maar m’n moeder geeft niet op. De steegjes worden steeds donkerder en griezeliger. “Volgens mij gaan we niet goed.” Zeg ik.”Nee we moeten echt deze kant op” Op een gegeven moment komen we bij een pleintje. “Hier zou het moeten zijn” zegt m’n moeder. “Nou, hier is het dus niet” mompelt m’n vader. Hij kijkt over m’n moeders schouder naar de kaart. “Waar moesten we zijn?” vraagt hij. “Hier, bij dit pleintje.”M’n moeder wijst op de kaart. “Maar dit pleintje heet heel anders!” roept m’n vader boos uit. “waar is dit pleintje op de kaart?” vraag ik. “Ja, dat zitten we nu te zoeken!” zegt m’n moeder geïrriteerd.”Diepe zucht….”Image006

Paolo  zwerft weer op straat. Toen hij thuis kwam stond zijn vader hem boos op te wachten. “En waar is meneer nou weer geweest? Als vragen mag?! “Nou gewoon een beetje rondlopen, of mag soms ook al niet?!” had hij z’n vader nijdig toegeroepen. “Blijf gewoon een keertje thuis! Of vertel op z’n minst waar je heen gaat!” “Waarom zou ik thuis blijven? Hier is toch niks te doen!” “Is het soms niet leuk bij ons?!” “Nee!” En hij was boos weggelopen. Z’n vader kon het gewoon niet hebben dat hij niet het leuk vond in Venetië. En nu liep hij dus weer doelloos over straat. Langzaam kwam hij bij het gedeelte waar veel toeristen niet kwamen. En veel Venetianen trouwens ook niet. Daarom kwam Paolo hier vaak als hij genoeg had van de mensen. Zoals nu. Toch was het niet helemaal uitgestorven. Ver weg hoorde hij stemmen. Hij kon niet verstaan wat ze zeiden, maar het klonk Nederlands. Hij ging er naar toe.  Het waren een paar toeristen die op een pleintje over een kaart gebogen stonden. Hij wilde net omdraaien en weglopen, toen hij ze plotseling herkende. Het waren weer die toeristen die hij op Piazza San Marco had gezien. Het leek wel alsof ze hem achtervolgde. Blijkbaar waren ze de weg kwijt. Zou hij ze helpen. Ze waren tenslotte Nederlanders, dus hij kon ze goed verstaan. Hij stond  zo een tijdje te twijfelen toen het oudste kind, terwijl ze naar hem wees zei: “Kunnen we het niet aan hem vragen?”

Daar voor in het steegje staat een jongen, iets ouder dan Iris. Hij heeft donker haar en een echt Italiaans uiterlijk.”Nee natuurlijk niet! Je vraagt de weg toch aan een jongen!” roept m’n vader geïrriteerd uit. Hij is al behoorlijk chagrijnig aan het worden. Maar de jongen komt al naar ons toe. Wat moet hij van ons? Ik vind het een beetje eng. “Kan ik jullie helpen?” Vraagt hij. Gewoon in het Nederlands! We zijn toch echt Italië. “Ja, we zijn de weg een beetje kwijt” antwoordt m’n vader. “Waar moeten jullie zijn?” “Hier” m’n vader wijst op de kaart. “Dan moet je die straat in en daar naar rechts en dan….. Ik kan wel een stukje meelopen, want anders ben je de weg zo weer kwijt”. “Graag!”. Hij leidt ons door allerlei steegjes en over bruggetjes. Dit hadden we zonder hem nooit gevonden. Na een tijdje komen we bij een groot water uit. Het is niet het Canal Grande, daarvoor is het te breed. “De Zattere” vertelt de jongen “Vanaf hier is het niet ver meer, je moet daar heen en dan…..” Maar ik luister al niet meer. Ik kijk om  me heen. Hier is het allang niet stil meer.  Verderop zie ik een kerkje. Daar op de gevel zie ik een leeuw….. Ik loop er naar toe. “Jasmijn, waar ga je heen?” vraagt m’n moeder.” Kijk, op die gevel van dat kerkje, een leeuwenbek. Ik heb er over gelezen. Je kon er iemand anoniem mee beschuldigen door er een briefje in te doen met de aanklacht. Als je iemand haatte dan kon je die via die leeuwenbek ook vals aanklagen.  De aangeklaagde eindigde  dan meestal in de duistere kerkers van het  Dogenpaleis.” “Leeuwenbek….duistere kerkers…..” hoor ik mijn moeder mompelen. “Dat is het! In de leeuwenbek zit het Image007 raadsel!”  “Welk raadsel?” vraagt Iris die ook mee heeft geluisterd. De jongen die net op het punt stond om weg te gaan, blijft nu ook staan. Blijkbaar is hij ook nieuwsgierig. “Niks, laat maar..”  M’n moeder wil haar hand net in de leeuwenbek steken als de jongen roept:”Nee!  Dat brengt ongeluk! Vroeger haatte de mensen die dingen, omdat je daarom onschuldig in de gevangenis kon komen. Daarom zijn ze allemaal stuk geslagen. Behalve deze dan”. “Zo’n vaart zal het wel niet lopen met dat ongeluk. En bovendien  zal het raadsel er dan ook nog wel in zitten.” Eigenwijs steekt ze haar hand in de leeuwenbek. “Welk raadsel?” vraagt Iris door. Maar m’n moeder doet alsof ze het niet gehoord heeft. ”Hebbes” Ik verwacht dat haar hand er ieder moment afgebeten kan worden, maar gelukkig gebeurt dat niet.  Snel frommelt ze het rolletje papier in haar tas. “Wat is dat?” vraagt Iris. “Niks bijzonders…” antwoord m’n moeder. “Waarom doe je er dan zo geheimzinnig over? Wij mogen het toch ook wel weten! We zijn oud genoeg!” roept Iris uit. “Het is echt niks bijzonders!” “Ja, dat is het wel! Vertel nou maar gewoon!” “Oké….” “Nou?” “Wij hebben een jaar geleden een manuscript in huis gevonden. Daar stond een raadsel op. We zijn heel lang bezig geweest het raadsel op te lossen.”  “Wat voor een raadsel?” onderbreekt Iris haar. Het raadsel ging zo:

“Waar het water door de vis stroomt,

Jaagt de leeuw je de duisternis in.

Wanneer hij bijt,

Omhullen zijn tanden het raadsel.”



Die vis is dus Venetië, want Venetië is een stad in de vorm van een vis en alle kanalen die er door heen stromen zijn het water.  Maar wat de leeuw was wisten we niet. Totdat Jasmijn zonet vertelde over de leeuw. De duisternis zijn dus de kerkers, waar je en ging als je als je beschuldigt werd via die leeuwenbek. We moesten dus in zijn mond zoeken.” “En wat staat er op dit manuscript?” vraag ik. “Ja, dat weet ik niet, het is het Italiaans, net zoals het vorige manuscript. We hebben er heel lang over gedaan om het te vertalen.” “Zal ik het vertalen?” vraagt de jongen. “O nee! Die jongen heeft het ook allemaal gehoord!” “Ik verklap niks, hoor” “Laat hem het manuscript nou gewoon vertalen, want met het woordenboekje zijn we eeuwig bezig.”  drong Iris aan. “Hier heb je het. “ M’n vader gaf hem het manuscript. De jongen bestudeerde het manuscript aandachtig. “Het is wel erg oud-Italiaans, maar ik denk dat ik er wel wijs uit wordt.” “Wat staat er dan?” vraag ik. “Zoiets als:

“Waar op het doorzichtige eiland van de wangen met speciale gaven,

Een brug al een even doorzichtige barst overspant,

Al eindigend waar de eerste martelaar zich vind,

Net onder het opschrift van de genoemde .”



“Wat zou dat kunnen betekenen?”  M’n vader denkt hard na. “Hmmm….. Weet je  wat? We denken er nog een dagje over na.” “Ik wil jullie wel helpen met denken, ik thuis nog wat handige boeken liggen. Kan ik jullie ook de weg wijzen als het op een lastige plek ligt.”stelt Paolo voor. “Dat is goed. “stemt m’n vader er mee in. “Waar ligt jullie hotel? Dan spreken we daar af.” “Ons hotel ligt aan Piazzala Roma, Hotel Arleccinio. Om half zes, is dat goed?  Dan is het wat rustiger. We willen het graag een beetje geheim houden.”  M’n vader spreekt meteen alles af.  Op dat moment gaat het mobieltje van de jongen af. Hij neemt op. “Ciao” Daarna volgt een hele discussie in onverstaanbaar Italiaans. Als hij eenmaal heeft opgehangen zegt hij: “Ik moet gaan, dat was m’n pa” En hij rent weg. “Hoe heet je?” roept Iris hem nog na. “Paolo!”

We lopen naar het restaurantje.”Hij is best wel knap hé “merkt Iris op. “Echt weer iets voor jou om dat te zeggen.” antwoord ik.Image009


Geplaatst om 13:46 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)

San Giorgio Maggiore

Image003_5 Vandaag gaan we eerst wat toeristische dingen doen om eens na te kunnen denken over dat raadsel. We gaan langs een paar eilanden. We stappen in de openbaar vervoer boot, de vaporetto. Zoals wij metro’s, trams en bussen hebben, hebben zij de boot. Het ziet er ook echt uit als openbaar vervoer, met  van die plastic stoeltjes en bij elke halte een soort stempel apparaat. Eerst gaan we naar Isola San Giorgio Maggiore. Veel huizen en inwoners zijn er niet. We gaan er vooral naar toe vanwege zijn klooster en kerk. De San Giorgio Maggiore kerk (hoe kon het ook anders?). Bij het San Marco plein moeten we overstappen. Als we daar zijn is er alleen een kaal plein met de ingang van de kerk. Het waait en het ziet er niet aantrekkelijk uit. Maar als we binnen zijn is het toch wel de moeite waard.  Het is een grote en mooie kerk. Hier en daar staan wat bakken met een gleuf. Als je in die gleuf wat gooit gaat het licht aan. We gaan ook op de klokkentoren. De Campanile (klokkentoren) van de San Giorgio Maggiore. We gaan naar boven met een lift. Bovenop heb je een prachtig uitzicht over Venetië. Behalve natuurlijk als het heiig en mistig is. En laat het dat nou net zijn. M’n vader helemaal boos dat hij geen goede panoramafoto kan maken.”Ma, moeten we zo niet eens naar beneden, het is bijna 12 uur. Dadelijk gaat de klok slaan.” “Zo meteen“ antwoord m’n moeder.  Iris loopt naar de andere kant van toren. Ze staat wat te filmen opeens roept ze: “Kijk wat een groot schip” Ze wijst naar de horizon. “ ”Wow hé!” roep ik. Een mega cruiseschip Image002_8 komt langs Venetië. We kijken het schip na. Plotseling begint de kerkklok te slaan. We schrikken ons rot. ”Wat een lawaai!” roept m’n vader er boven uit. Met onze handen voor onze oren, wachten op de lift. We stappen en in en hij zoeft naar beneden. Het is wel een beetje jammer voor de mensen die er ook boven op staan. Die moeten nu wachten tot wij beneden zijn. En voorlopig houdt de klok niet op met slaan, want het is immers 12 uur.

We gaan  beneden op het plein even wat eten en drinken, terwijl we op de boot wachten. M’n moeder leest weer voor: “Het eiland is na het stichting van Venetië bezit geworden van de Memmo familie. In 829 had het eiland een San Giorgio kerk. Maar om niet door de war te raken met de kerk in Alga werd deze kerk de San Giorgio Maggiore genoemd. In 982 werd het eiland aan de
benedictijner monniken gegeven.  Die legde het moeras droog om er een klooster te bouwen. Langzaam groeide het klooster van de monniken uit tot een van de belangrijkste kloosters in Venetië. In 1109 ontvingen de monniken relikwieën van de heilige Stefanus. Toen werden ze ook door belangrijke personen bezocht.  In 1559 werd het klooster opgeknapt door Andrea Palladio. Rond1566 werd er begonnen aan een nieuwe kerk. Die werd ook ontworpen door Andrea Palladio. De kerk kwam niet af voor zijn dood in 1580.  Vincenzo Scamozzi ( de architect die het overnam) volgde precies zijn ontwerp. De kerk was in 1610 eindelijk klaar. De Campanile was in 1467 al gebouwd. Maar in 1774 werd hij vernield. Toen hebben ze een nieuwe gebouwd. Die was klaar in 1791. Maar de nieuwe is minder mooi. “De boot is er.” zegt m’n vader. “Ja, Ja ik kom” En ze bergt het boekje op. We stappen in de boot. Bij het San Marco plein moeten we overstappen, en dan op weg naar het eiland Murano.

Image006_4

Geplaatst om 21:22 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)

De eilanden

Image004_6We  varen dus naar Murano.  Dat is het glasblazers eiland. We zitten lang in de boot. Ondertussen leest mama voor over Murano:” In de tijd van de Romeinen was Murano al bewoond. Rond 6e eeuw werd Murano bewoond door mensen uit Altino en Oderzo. Vroeger was Murano een vissershaven,waar ook zout werd gehandeld. Het was een best welvarend eilandje. Eerst had Murano een eigen baas. Toen na de 11e eeuw de welvaart af nam,omdat veel bewoners verhuisde naar Dorsoduro, een wijk in Venetië, werd Venetië de baas over Murano. Toch had Murano nog wel z’n eigen munt. In 1291 verhuisde alle glasblazers naar Murano, vanwege het brandgevaar. Ze hadden al een paar branden veroorzaakt. Ook werd er gezegd dat de glasblazers naar Murano moesten verhuizen omdat ze zo hun geheimen beter konden bewaren. Venetië wilde absoluut niet dat andere mensen wisten hoe zij ook zo mooi glas konden maken. Als een glasblazers ook maar op het idee kwam om buiten Murano een winkeltje te beginnen riskeerde hij vermoord te worden of zijn handen te verliezen door de Venetiaanse geheime politie. In 15e Image002_13   eeuw werd het een vakantieoord voor rijke Venetianen. Er werden steeds meer paleizen en villa’s gebouwd. Het stuk zonder kanalen was bekend door zijn boomgaarden en moestuinen. Tot de 19e eeuw, want toen moest dat verdwijnen voor nog meer woningen.”Hé gaat dat raadsel misschien over Murano?” Vraagt m’n moeder terwijl ze opkijkt uit haar boekje. “Kijk maar; Doorzichtig eiland, glas is doorzichtig. Wangen met speciale gaven, zijn glas blazers. ” “Ja, nu je het zegt! Maar waar op Murano dan?” vraagt m’n vader. “Dat merken we misschien als we er zijn.” “Zijn we d’r ondertussen niet al?” Vraag ik, want ik luister mee. “Nog één halte.” Een halte later stappen we uit. Als we uitstappen weet ik meteen:  Dit is niet Venetië ook al hoort het er bij. Er zijn veel minder kanalen. Wel lopen we langs een groot kanaal. Er zijn allemaal glaswinkeltjes. Daar kijken we naar binnen. M’n moeder wil graag nog naar een kerk. We lopen richting een kerktoren. Maar als we daar zijn komen we er achter dat het niet de kerk is die m’n moeder wil zien. Voor de kerk op het pleintje staat een tijdelijk glaskunstwerk. Het is blauw met stekels. Als we richting de goede kerk gaan merken we dat er over het hele eiland van glaskunstwerken staan.  We komen bij de goede kerk aan. Ook daar staan zo’n glaskunstwerk. De kerk zelf heeft een hele mooie mozaïekvloer. Maar voor de rest heb ik het al snel gezien. Daarna gaan we naar de glasblazerij. Daar kun je zien hoe dat mooie glaswerk gemaakt wordt. Natuurlijk laten ze nog wel een deel geheim. De mooiste dingen krijgen je natuurlijk niet te zien. Uit de glasblazerij komt een enorme hitte. De meeste  mannen werken daar ook in hun hemdje. Als we zijn uitgekeken gaan we weer terug naar de boot. De plek van het raadsel hebben we niet gevonden. We komen er maar niet uit welke boot we moeten nemen. Er komt een boot aan en we vragen aan de meneer van de boot: “Piazzala Roma?” De man knikt. We stappen op de boot. Maar na een tijdje varen we nog steeds niet in de richting van Piazzala Roma. We besluiten om nog eens op de kaart te kijken waar deze lijn naar toe gaat. En dan blijkt dat hij wel naar Piazzala Roma gaat, maar eerst nog de andere richting uit gaat. Eerst moeten we dus langs een paar van de eilanden voor dat hij naar Venetië gaat. “Zucht………” Om de tijd te doden leest m’n moeder voor over een paar van de eilanden: “Burano: Het is een eilandje dat beroemd is om z’n gekleurde huisjes. Vroeger werd er ook veel kant gemaakt.  Het was net zo beroemd als het glas van Murano. Maar in 18e eeuw kwam het Franse kant. Dat was veel goedkoper. Toen ging het slecht met het kant van Burano.  In de 20e eeuw werd er een kantklos school opgericht in Burano. Toen werd het kant van Burano weer populair. De eerste lerares was iemand rond de 70 die het kantklossen van haar en oma had geleerd. Torcello: Lang voor dat Venetië een belangrijke handelsstad werd, was Torcello bekend en cultureel eilandje.  In de 7e  eeuw kwamen er al mensen naar Torcello. De bisschop en de inwoners van Altino vluchtte voor de Hunnen en de Longobarden naar Torcello. Vroeger had Torcello 20.000 inwoners, daarom staat er zo’n grote kathedraal. Nu heeft Torcello nog maar een paar honderd inwoners.  De kathedraal is gebouwd rond 639. Griekse arbeiders werkte aan de kathedraal. Die zelfde Griekse arbeiders bouwde de Santa Fosca kerk. “ “Ma, We zijn bij het San Marco plein. Moeten we er hier uit?” “Nee we moet nog een paar halte’s. Tot Ca’Rezzonico.”

Image006_6

Geplaatst om 21:55 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)

Ca’Rezzonico

Image001_2 Als we bij Ca’Rezzonico zijn gekomen kunnen we eerst de ingang  niet vinden. Er is wel een ingang maar die ligt aan het water. Als we uiteindelijk de achteringang hebben gevonden in een klein steegje blijkt dat het museum van Ca’Rezzonico bijna gaat sluiten.”Mogen we niet nog heel even kijken?” Vraagt m,’n moeder aan de kassamevrouw. “We hebben toch zo’n kaartje waar mee we gratis kunnen.” “Ja, je kunt nog 10 minuten kijken en dan gaat het dicht. Ik weet niet of u dat de moeite waard vind.” Toch gaan we naar binnen. We racen de trap op. M’n moeder vertelt: “We moeten op de tweede verdieping zijn daar is een mooie balzaal.“ We speren over de eerste verdieping. Daar is ook een prachtige zaal, maar die ene die m’n moeder bedoelt is vast mooier denk ik, terwijl we naar de trap rennen voor de tweede verdieping. Op de tweede verdieping aan gekomen zien we een soort zolder met heel veel schilderijen. Ook hier gaan we snel langs alle schilderijen. Maar de balzaal vinden we niet op tweede verdieping. Daarom hollen we naar de derde verdieping. Daar zijn haast nog meer schilderijen. Maar hier ook geen balzaal.”Waarom rennen we langs al die schilderijen, die zijn interessant. Die mooie, oude kamers op de eerste verdieping zijn toch veel leuker om te zien.” roept m’n moeder.  “Maar jij zei toch dat die balzaal op de tweede verdieping was?” antwoord m’n vader. “Nee, die balzaal is op eerste verdieping, maar is zo hoog dat hij ook op de tweede verdieping door loopt.” Snel gaan we weer naar de eerste verdieping. Dit keer lopen we rustig langs de kamers. En vooral de balzaal is echt heel mooi. Maar toch kunnen we niet heel lang de balzaal bekijken, want bij de uitgang staan een paar medewerkers die graag naar huis willen. Dus we lopen naar de uitgang.

Als we weer in de boot zitten vertelt m’n moeder ook hier weer over de geschiedenis van Ca’Rezzonico:  In 17e eeuw wilde de familie Bon een mooi palazzo (paleis) laten bouwen Daarvoor hadden ze Baldassare Longhena de opdracht gegeven. Baldassare Loghena heeft ook de Salute-kerk van Venetië ontworpen. In 1667 Is hij begonnen met het huis van de familie Bon. Maar het geld van de familie was op voor dat ze aan de tweede verdieping konden beginnen. Jarenlang is er niks aan het huis gebeurt. Het begon te vervallen. In 1745 heeft de familie Rezzonico opdracht gegeven om er verder mee te gaan zodat zij er in konden wonen. Dit keer maakte Giorgio Massari het af. Hij ontwierp de balzaal en het trappenhuis.  Giovanni Battista Tiepolo schilderde in drie zalen de fresco’s op het plafond. Hij schilderde ook de Image004_7 fresco’s in de balzaal ter ere van het huwelijk tussen Lodovico Rezzonico en Faustina Savorgnan in 1758. De familie Rezzonico gaf vaak, grote feesten voor de pausen en koningen. Daardoor was op het laatst het geld op. In 1888 kocht de Engelse dichter het huis. Hij overleed een jaar later. Van hem is de tekst op de zijkant van het gebouw; ‘Open mijn hart en u zult er in gegrift zien staan:Italië’. Nu zit er in Ca’Rezzonico ook een museum voor Venetiaanse kunst. In het museum kun je onder andere ook de schilderijen van Pietro Lohgi uit de 18e eeuw zien. Ca’Rezzonico begint zoals de meeste palazzo’s met Ca’. Die Ca’staat voor Casa,  dat huis betekent.

“Paolo, kom naar huis, je oom is er!” klonk zijn moeder door z’n mobiel. “Ja, ja ik kom al. ” En Paolo hing op. Langzaam liep hij richting huis. Oom Alfonso. Daar had hij nu eigenlijk niet zo’n zin in. Toen hij bij zijn huis aankwam stond zijn vader hem op te wachten.”Snel naar binnen jij! Je oom wacht. ” “Hallo Paolo, ik hoor dat je vaak weg bent de laatste tijd”. Paolo ging zo ver mogelijk van oom Alfonso zitten.  Was het nou maar al vijf uur, dan kon hij weg. “Waarom blijf je niet thuis? Dat is toch veel gezelliger?” Waar bemoeide hij zich mee? dacht Paolo. Dat waren toch niet zijn zaken?. Alfonso glimlachte. Paolo kreeg altijd de kriebels van die lach. Net als of het niet gemeend was, het leek wel een beetje op zo’n schurken lachje.  Opeens herinnerde hij zich dat hij nog het raadsel oplossen.”Ik moet iets op zoeken.”zei hij. “Voor school” En hij rende al zijn kamer.  “Ik maak m’n een beetje zorgen over Paolo.” zei zijn vader tegen oom Alfonso. “Hij is de hele tijd weg en hij wil maar niet vertellen waar heen .” “Zal ik hem eens volgen en kijken waar hij naar toe gaat.” “Graag”antwoordde zijn vader.  Op z’n kamer was Paolo bezig met het raadsel. Opeens wist Paolo het. Dat ik daar niet aan gedacht heb! Het was ondertussen ook al bijna vijf uur. “Ik moet weg!” riep Paolo terwijl hij naar buiten stormde. Twee minuten later volgde zijn oom.   

We zijn weer bij ons hotel. Nu gaan we op pad met Paolo. Misschien heeft hij het raadsel  verder opgelost.  “Hallo.” Daar is Paolo. “Ik weet waar we heen moeten! “

“Naar Murano. Maar waar op Murano weet ik niet. “ zegt Iris. “Ik weet het wel, het is campo sint Stefano want, sint Stefano was de eerste martelaar, we moeten zoeken onder zijn naambordje ” antwoord Paolo.  “En die doorzichtige barst dan?” vraag ik.  “Dat is het water dat je moet oversteken om bij het pleintje te komen. “Laten we meteen gaan!” roept m’n vader. We pakken de vaporetto. Na weer lang varen zijn Image006_7 we weer bij Murano. Paolo leidt ons gelijk naar de plek. Het is een heel simpel pleintje. Daarom juist goed om er iets te verstoppen. Niemand denkt dat daar iets is. We kunnen rustig zoeken, want er zijn niet zoveel mensen. Wij zoeken naar een bordje met St. Stefano erop. De enige plek waarop we die naam tegenkomen is op het stenen straatnaambordje van het plein.”Zullen we daar dan maar kijken?” We voelen aan alle stenen. Maar niks laat los of ziet er anders uit. “We moeten net onder het bordje zoeken.” merkt m’n vader op.”Het bordje hangt wel hoog hè?” zeg ik. “Ik kan wel naar boven klimmen.”stelt Paolo voor.” Door alle afgesleten en er uitstekende stenen is het net een klimwand. “Oké, doe maar, wij houden de wacht.” antwoord m’n vader. Hij geeft Paolo een zetje. Paolo klimt tegen de stenen op. Hij gaat de stenen een voor een af. “Schiet op! Er komt iemand aan!” fluistert Iris dringend.”Hebbes!” Paolo heeft een steen er uit gekregen. Hij haalt een manuscript uit het gat. Hij springt naar beneden. “Snel, doe alsof je het ergens over hebt” fluistert m’n moeder. “Mooi weertje is het hè” verzint m’n vader snel. “Ja! Prachtig.” Speelt m’n moeder mee. Maar de meneer is al door gelopen. “Had je echt niks beters kunnen bedenken. Dat is juist heel verdacht: ’Lekker weertje hè’ Pff.. “ zegt m’n moeder boos tegen m’n vader. “Ze verstaan het toch niet.” “Lees eens voor wat er op dit manuscript staat!” Ik sta te trappelen van ongeduld. “Het is weer erg oud Italiaans, maar er staat zoiets als:”

Tussen Hemel en Hel,

Daar waar het klimt,

Aanschouw het gekroonde goud,

Bij de  onsterfelijke van de zwaarden.

“ Hoe komen we hier nou weer uit? En we hebben nog maar één dag!” M’n vader vind het blijkbaar een moeilijk raadsel. “Maar het is heel simpel! Het is bij het Dogenpaleis bij een trap!, de mooiste trap waarschijnlijk” roep ik uit. “want de hemel is de San Marco kerk en de hel zijn de kerkers achter het Dogenpaleis. Daartussen ligt het Dogenpaleis zelf. En het klimmen is een trap. Een mooie trap waarschijnlijk” “Ja je hebt gelijk!” antwoordt mijn vader “Morgen gaan we er naar toe. Nu gaan we eerst wat eten.”zegt m’n moeder. “En ik ga maar weer eens naar huis.” zegt Paolo. We zeggen “Dag!” en gaan op zoek naar een restaurantje. “Vlak naast het hotel is er een restaurantje,” zegt m’n vader,”Zullen we daar gaan eten?” Dat doen we en we pakken de vaporetto terug.

Image008

Geplaatst om 22:05 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)

Santa Maria Della Salute

Paolo liep naar huis. Hij keek de hele tijd schichtig om zich heen. Ik heb het gevoel dat ik wordt gevolgd, de hele tijd al, denkt Paolo. Vanaf ik van huis vertrok. Ja daar zag hij het toch echt. Daar dook iemand weg. Hij liep terug. “Ja! Nu heb ik je!”riep Paolo tegen de meneer. Tot hij wat beter keek. Het was z’n oom Alfonso. “Alfonso?” “Ja inderdaad! Ik mocht je volgen van je vader, om te kijken wat je de hele tijd deed. Nu weet ik het en weet ik ook precies wat ik morgen ga doen!” Zijn oom rende weg. Paolo probeerde hem te volgen, maar gaf het al snel op. Alfonso was gewoon veel te snel. Grr…. Wat een rotstreek! dacht Paolo. Ik moet zorgen dat wij eerder zijn!

Image001_3 Als we weer naar het hotel varen, komen we voor de zoveelste keer langs een kerk met zijn koepels in de steigers. “Ik wil nou wel eens weten welke kerk dat is! “zegt m’n moeder. Ze zoekt het op in haar boekje: “De Santa Maria della Salute. De kerk werd gebouwd na de pestepidemie waaraan meer dan 40.000 mensen zijn gestorven. De senaat beloofde een kerk te bouwen voor de heilige Maria als zij de stad zou redden van de pest. Na een paar weken was de pest zo goed als weg. Waarschijnlijk gewoon door de winterkou. Zij geloofde dat Maria dit had gedaan en bouwde de kerk. De kerk werd genoemd ‘Della Salute’. Dat betekent gezondheid. Baldassare Longhena ontwierp de kerk. Hij heeft goed gekeken naar de ontwerpen van Palladio In 1630 waren ze met het bouwen begonnen. In 1687 was de kerk eindelijk klaar. Baldassare Longhena heeft de bouw geleid tot zijn dood in 1682. Alles in  de kerk verwees naar Maria.  De vorm van de kerk verwees naar achthoekige ster van Maria.  De koepel en haar kroon staat symbool voor haar baarmoeder.  En het opschrift op de marmeren vloer ‘Unde Origo in Salus’ (waar de oorsprong is, daar is de verlossing)  betekend dat Venetië onder bescherming staat van Maria. De rozen er om heen verwezen naar rozenkrans van Maria. In de kerk hangen verschillende  bekende schilderijen. Bijvoorbeeld, Het neerdalen van de heilige geest uit 1555 . Ook hangen er acht schilderijen uit de San Spirito. Die zijn hier komen te hangen na de opheffing van die kerk in 1656. Er hangt ook een schilderij, waarop de heilige St-Roches  te zien is (1510). Dat schilderij herinnerde aan een eerdere besmettelijke ziekte. Bij dat soort ziekte’s werd de heilige St-Roches aanbeden. Aan het plafond hangen schilderijen met gebeurtenissen uit de bijbel. Deze zijn tussen 1542 en 1544 geschilderd.   Verder hangt er Madonna van Palma il Vecchio uit circa 1480- 1528 en Bruiloft te Kana uit1561 van Tintoretto. De Venetianen vieren ook het feest van de Saluten op 21 november. Dan gaan ze naar de santa Maria Della Salute om te danken voor een goede gezondheid. Een week voor het feest wordt er een pontonbrug over het Canal Grande heen gelegd zodat iedereen gemakkelijk naar de Santa Maria Della Salute kan gaan voor de mis en om een kaarsje te branden.”  “Ma, kom je nog we zijn al weer bij het hotel. Je zit echt vaak in het boekje verzonken. We moeten je elke keer wakker schudden.” Iris wordt een beetje ongeduldig.

Geplaatst om 22:08 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)

Het Dogenpaleis

Image001_4 Op naar palazzo Ducale, ofwel het Dogenpaleis. Daar vinden we de volgende en hopelijk de laatste aanwijzing.  We hebben daar ook met Paolo afgesproken. In de vaporetto leest mijn moeder weer voor:” Vroeger woonde de Doge in een versterkt kasteel. Daar zaten ook de Raad van Tien en de Grote Raad. Het kasteel werd een paar keer vernietigd.  In 1340 begonnen ze met de bouw van het Dogenpaleis dat er nu nog staat. Ze bouwde op de oude resten van het kasteel. Toen de pest naar de stad kwam en er veel mensen aan stierven ging de bouw gewoon door. In 1424 werd de kant aan het San Marco plein gemaakt.  In 1438 kreeg de familie Buon de opdracht om de hoofdingang te ontwerpen en te maken. Dat werd gedaan door de broers Giovanni en Bartolomeo Buon. Die hoofdingang kreeg de naam Porta della Carta (poort van papier). Waarschijnlijk kreeg hij die naam omdat er nieuwe wetten, doodvonnissen en opdrachten van de regering voorgelezen. Om de binnenplaats staat de Scala dei Giganti. Dat is een trap die in de 15e eeuw door Antonio Rizzo gemaakt werd. De trap werd gebruikt voor ceremonies en staatsbezoeken. Ook werd boven aan de trap de Doge gekroond. Boven aan de trap staan Neptunes en Mars. Die werden er pas in  1567 bij gezet.  De beelden werden gemaakt door Jacopa da Sansovino. Hij heeft ook Scala d’Oro (de gouden trap) ontworpen. De gouden trap  loopt tussen de regeringsvertrekken op de eerst een de tweede verdieping. De vergaderzaal van de Grote Raad, Sala del Maggior Consiglio, is in 1577 een keer uitgebrand. Daarna is de hele zaal weer opgeknapt en opnieuw ingericht. Op de oostelijke muur is het Paradijs van de schilder Tintoretto samen met zoon te zien. Hij was er mee bezig van 1588 tot 1592. De schilderijen van de 76 eerste Dogen zijn door Tintorreto’s leerlingen gemaakt. Ook zijn er in  de vergaderzaal van de Grote raad en in de rest van het Dogenpaleis een paar schilderingen te zien van Veronese. De Grote Raad  die hier vergaderde werd opgericht aan het einde van de 12e eeuw, zodat de Doge  niet te veel macht zou hebben. Iedereen kon lid van de Grote Raad worden, al waren het vooral de rijke familie’s die in de Grote Raad kwamen. Dat vond niet iedereen leuk, want de andere familie’s die ook  in de loop der tijd rijk en machtig waren geworden wilden ook in de Grote Raad . Dat leiden tot geruzie.  Dat hield op toen de Grote Raad in 1297-1323 gesloten werd.  Alleen de oudste en rijkste families die in het gouden boek stonden konden nog lid zijn. Lidmaatschap werd erfelijk. Soms als je iets goeds had gedaan voor de stad of als je veel geld betaalde kon je nog lid worden. Behalve de Grote Raad had je ook de Raad van Tien. Dat was een soort geheime dienst van Venetië, die onderzoek deed naar de beschuldigingen uit de leeuwenbekken. Ze hielden ook geheimzinnige zittingen in de nacht en pakte mensen op. De Raad van Tien werd opgericht in de 14e eeuw.” “Kijk daar staat Paolo al!” roept Iris. De vaporetto is aangekomen bij het San Marco plein.  Als we naar Paolo toelopen lijkt hij een beetje in paniek. Hij begint meteen te vertellen: ”Gisteren volgde mijn oom ons, want hij wilde weten wat ik uitspookte. Nu heeft ons staan afluisteren. Hij weet dus ook van het raadsel. En mijn oom is nu ook vastbesloten om het volgende raadsel of misschien zelfs de schat te halen. We moeten dus snel zijn en onopvallend, want als wij het volgende raadsel hebben en hij merkt het, dan zal hij het willen afpakken.” “Als wij twee nou iets anders gaan doen, dan kunnen jullie drie naar het Dogenpaleis. Want met z’n drieën val je minder op dan met z’n vijven.” Stelt mijn vader voor. “Maar dat betekent dus dat wij alleen zonder volwassene het Dogenpaleis in gaan?” vraag ik. “Ja dat kunnen jullie toch best. We spreken over een uur weer bij het hotel af, wij pakken alvast de koffers in, want we moeten vandaag weer naar huis.” ”Oké!” We lopen  naar het Dogenpaleis. Zonder m’n vader of moeder.

Als we naar binnen lopen komen we op de mooie binnenplaats. Net als we die over willen steken roept Paolo:”Wegwezen! Dat is m’n oom!” Snel duiken we het café van het Dogenpaleis in. Ze hebben in het Dogenpaleis  een café, omdat het nu een museum is. Als we hem niet meer zien Image003_6 lopen we naar de gouden trap, want het raadsel had het over goud. Tree voor tree zoeken we de trap af.  We kijken goed om ons heen, want misschien is die  oom er nog steeds. Iris zoekt niet heel goed mee in de plaats daar van zit ze de hele tijd naar Paolo te staren. “Hé zombie! Zou je ook niet eens mee zoeken “roep ik tegen haar. Snel begint ze hard mee te zoeken. Maar hoe we ook zoeken, we vinden niks. We lopen de trap en weer af. Maar we vinden nog steeds niks. We zijn bang dat die oom het al heeft gevonden. Dan is onze hele speurtocht voor niks geweest. Net als we de hoop op willen geven krijgt ik een idee:”Het raadsel had het over gekroond goud! En m’n moeder had toch voorgelezen dat de Doge bij een hele andere trap werd gekroond!” “Ja, je hebt gelijk” roept Paolo. Snel rennen we naar de andere trap. Ook daar zoeken we lang. “Ja ik heb het!” roept Iris . Ze staat bij het beeld van Mars. Achterop de sokkel van het beeld heeft ze een luikje gevonden. Ze haalt het manuscript uit de binnenkant van de sokkel. Het luikje doet ze weer dicht. Het is best knap dat ze het heeft gevonden, want als het dicht is zie je het haast niet.  Ze loopt de trap af met het manuscript in haar hand.  Plotseling horen we Paolo roepen: “Snel weg hier, hij komt er weer aan!” We rennen trap op en verstoppen ons om de hoek van de trap achter een marmeren beeld. Langzaam loopt Paolo’s oom de trap op. Ook hij zoekt op zich heen.  Hij komt steeds dichterbij.  Dadelijk ziet hij ons! Als dat gebeurt zal hij het manuscript van ons stelen. Dan is hij boven aan trap. Hij kijkt om zich heen, waar hij naar toe zal gaan. Snel duiken we weer achter het beeld.  We horen voetstappen dichterbij komen.  We durven niet kijken. Plotseling houden de voetstappen op. Paolo’s oom draait zich om en loopt toch maar de andere kant uit. Langzaam klinken de voetstappen zachter. Tot we ze niet meer horen. En zelfs dan komen we nog niet achter het beeld vandaan. Een paar minuten blijven we nog zo staan. Dan haasten we ons naar de uitgang. Als we daar zijn blijven we even staan. “Dat was op het nippertje!” zeg ik. “Zeg dat wel” antwoordt Iris.

“Kijk eens!” roept Iris. “We hebben het volgende raadsel gevonden!” M’n vader en m’n moeder stonden al bij het hotel. “Goed zo!” zegt m’n vader ”Ik wist wel dat jullie het zouden vinden!” Iris geeft het manuscript aan Paolo.”Jij mag het weer vertalen” “Hier staat een heel verhaal op” zegt Paolo terwijl hij in het manuscript kijkt. ”Nou, ik zal het proberen te vertalen:

‘Goed zo! U heeft alle aanwijzingen gevonden.

Ik ben pastoor in een klein kerkje hier in Venetië. Ooit ging ik op bedevaart naar Rome. Daar ontmoette ik een franse pastoor: Bérenger Saunière. We raakte in gesprek. Na een tijdje hadden we al een paar glaasjes bisschopswijn op. Toen vertelde hij mij met dubbele tong dat hij een schat had gevonden. De schat van de tempeliers zegt hij zelf. Hij vertelde niet waar die schat lag, maar hij vertelde wel  dat hij een grote steen had gevonden met een inscriptie erop. Die had hij in z’n huis laten metselen. Ik probeerde nog wat meer te achterhalen, maar meer liet hij niet los. Ik ben meteen naar Frankrijk gegaan, heb z’n huis opgezocht. Hij was nog niet thuis. Ik de boodschap van de steen overgeschreven. De inscriptie heb ik ontrafeld en na een lange speurtocht vond ik een deel van de schat. Een klein deel nam ik mee terug naar Venetië. Daarvan heb een mooi huis gekocht. Ik hoop dat de pastoor niks heeft gemerkt van de verdwijning en dat de schat nog steeds op de zelfde plek ligt. De steen heb ik achtergelaten in Frankrijk.  Ik vertel niet waar de schat is. Maar hier heb je een raadsel waarmee het huis met de steen kan vinden.

Het groen ten weste,

van de dubbel beschermde vesting,

herbergt een steen in alle richtingen van het kompas gelezen.

die zal u vertellen waar u moet zoeken.


Veel succes!


J. di Chimici”


“Ik denk dat we dit jaar naar Frankrijk gaan in de zomervakantie.” merkt m’n vader op. “Ja, maar we moeten nu eerst naar huis. Ons vliegtuig vertrek zo.” zegt m’n moeder. Snel gaan we de koffers halen en afrekenen. Als wij het hotel binnen lopen blijft Iris staan. “Ik vind je leuk.” zegt Paolo tegen Iris. Verlegen antwoordt Iris: “Ik jou eigenlijk ook wel” “Ik zal je missen” En hij geeft Iris een zoen op haar wang. Iris begint te blozen. Snel mompelt ze: “Ik ga je ook missen”  Net op dat moment komen wij weer buiten. “Als je, je e-mailadres geeft kunnen we contact houden” stelt m’n vader voor. We wisselen de e-mailadressen uit. “Nu moeten we echt weg. Anders missen we het vliegtuig.” M’n moeder wordt ongeduldig. We lopen naar de bussen. “Dag!” roepen we allemaal. We stappen de bus in maar we blijven zwaaien tot de bus gaat rijden. Langzaam verdwijnt Venetië achter de horizon.    

         

Image006_8

Geplaatst om 22:32 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)

Nawoord

De bus is bij het vliegveld aangekomen. Na een paar uur zitten we met Alitalia in de lucht. Dit keer moeten we overstappen in Milaan. En daar ging het fout. We gaan wat eerst eten. We zoeken hopeloos naar een restaurant. Niet gevonden. Wat blijkt: het enige restaurant daar is in verbouwing. Dus eten we maar een salade, een tosti en een beetje in elkaar gestorte lasanga bij een of ander  druk barretje. Daarna kijken we op het bord bij welke gate we in het vliegtuig moeten stappen. En dan komen we voor een onaangename verrassing te staan. De vlucht is vertraagd. Na lang zoeken hebben we iemand gevonden die ons kon vertellen wat er aan de hand is. In Nederland is het heel slecht weer. Daarom kan ons vliegtuig niet opstijgen in Nederland. Uiteindelijk komt ons vliegtuig drie en half uur later aan. Tegen de tijd dat we vliegen is het dus al rond elf uur,half twaalf. In het vliegtuig zit ik een beetje te dutten. Maar als ik mijn ogen dicht doe zie ik allemaal maskers voor m’n ogen dansen. Als we eenmaal in Nederland zijn wachten we op onze koffers. Eerst komt de mijnkoffer, daarna die van m’n moeder, en tenslotte die van m’n zus. We wachten nu  nog op de koffer van m’n vader. Maar hoe lang we ook wachten hij komt niet. We staan er nu al ruim een half uur, iedereen is al weg. We geven het op en gaan naar de balie. M’n vader vult een formulier in en met een koffer minder dan gekomen verlaten we uiteindelijk doodmoe Schiphol. Uri Geller zei voor dat we vertrokken dat we deze vlucht nooit meer zullen vergeten. Hij heeft helemaal gelijk gekregen.



Later zijn we er thuis achter gekomen dat raadsel naar Rennes le Château verwijst. Een dorpje vlakbij Carcassonne, een stad die er nog helemaal zo uit ziet als in de middeleeuwen. We weten dit omdat de pastoor  Bérenger Saunière in dat dorpje heeft gewoond. Daar hebben we dus snel onze vakantie naar toe geregeld. We hebben nog steeds contact me Paolo. 

Dat over de terugreis, nu over mijn werkstuk. Ik vond het (zoals altijd) leuk om te maken. Ik kwam wel een beetje in tijdnood, want ik was te laat begonnen. Ik had ook verwacht dat het wel genoeg tijd zou zijn, maar omdat ik het in een verhaalvorm heb gedaan werd het werkstuk meteen 2 keer zolang. In het echt leest m’n moeder trouwens niet zo veel voor. Ik wil mijn vader heel erg  bedanken want hij heeft me geholpen met alle raadsels. Ook mijn moeder wil ik bedanken dat ze het werkstuk op de spellingfoutjes heeft nagekeken. En tenslotte wil ik ook m’n zus bedanken omdat  ze zo enthousiast was over het verhaal.

Image002_16

Geplaatst om 23:01 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)